Wat is de overlevingsclausule?

De overlevingsclausule is een bepaling in een testament die dient om dubbele erfbelasting te voorkomen. Die dubbele aanslagen kunnen namelijk ontstaan wanneer u en uw partner kort na elkaar komen te overlijden. Uw kinderen mogen dan aanslagen verwachten over zowel uw erfdeel als dat van uw partner. Om dit te voorkomen kunt u een overlevingsclausule in uw testament laten opnemen. U geeft dan aan dat wanneer de langstlevende partner binnen 30 dagen – de meest gebruikte periode – ook overlijdt, hij/zij nooit heeft geërfd van de eerstoverleden partner.

Formulering

De overlevingsclausule heeft doorgaans de volgende formulering:
“Ik benoem, onder de ontbindende voorwaarde dat hij/zij bij de aanvang van de dertigste dag na mijn overlijden zelf niet meer in leven is, tot mijn enig erfgenaam, mijn partner.”
Dankzij de ontbindende voorwaarde komt het erfrecht van de langstlevende partner te vervallen indien hij/zij binnen 30 dagen (ook) overlijdt.

Wettelijk of testamentair

Voor alle duidelijkheid, om dubbele aanslagen te voorkomen heeft u niet per se een testament nodig. Sinds 2010 bestaat er ook een wettelijke bescherming. Die luidt als volgt:

“De erfbelasting die van een verkrijger is geheven, wordt verminderd tot nihil indien over het verkregene, bij het overlijden van de verkrijger binnen dertig dagen na de verkrijging, nogmaals erfbelasting wordt geheven.”

Simpel gezegd komt dit erop neer dat de langstlevende partner wel als erfgenaam belastingplichtig is, maar dat de aanslag tot €0 wordt teruggebracht. Beide clausules kunnen wel tot een ander resultaat leiden als het gaat om de vrijstelling en belastingtarieven. Een voorbeeld zal een en ander verduidelijken:

Voorbeeld “Overlevingsclausule”

Meneer en mevrouw Jansen zijn reeds geruime tijd gehuwd. Uit hun huwelijk hebben zij één dochter, Jantien. Op zeker moment komt de heer Jansen te overlijden, en niet lang daarna ook zijn vrouw. Nu had hij een testament laten opstellen met daarin een overlevingsclausule waardoor mevrouw Jansen de status van erfgenaam verliest. Jantien blijft dus over als enige erfgenaam van de heer Jansen als ook van mevrouw Jansen. Zij profiteert hierdoor van twee vrijstellingen ter hoogte van €20.000.

Geen testament = wettelijke clausule

Als meneer Jansen nu geen testament had laten opstellen, was de wettelijke clausule van toepassing geweest. In dat geval zou Mevrouw Jansen tot haar dood erfgenaam van haar man geweest zijn. Jantien zou hierdoor alleen van haar moeder erven en niet meer van haar vader. Voor de erfbelasting zou ze dan nog maar eenmaal gebruik mogen maken van haar vrijstelling.

In voornoemde situatie pakt de testamentaire clausule voordelig uit ten opzichte van de wettelijke. Andersom is evenwel ook mogelijk:

Voorbeeld “Wettelijke clausule”

Weduwnaar De Vries heeft een zoon, Bas. Ook hij heeft geen partner meer, maar wel een dochter, Charlotte. Op een gegeven moment komt meneer De Vries te overlijden waarna een korte tijd later ook Bas zijn laatste adem uitblaast. Charlotte evenwel, mag blij zijn dat haar grootvader geen testament met een overlevingsclausule heeft laten opstellen. Weliswaar is zij zijn enige erfgename, maar met een tarief van 18 tot 36% boven de vrijstelling mag zij een stevige aanslag erfbelasting verwachten. Nu ze slechts van haar vader erft, krijgt ze te maken met een aanmerkelijk lager tarief (10 tot 20%).

Kortom, beide clausules kunnen, afhankelijk van de situatie, besparingen op de erfbelasting opleveren. Voor de juiste keuze is een deskundig advies uiteraard zeer zinvol. Wilt u sowieso op bovengenoemde manier besparing op erfbelasting mogelijk maken? Overweeg dan een tweetrapstestament.